Weer & Wind

Hongerig naar het nieuwe onderwerp druppelen de leerlingen van de onderbouw binnen. Het onderwerp staat al op het scherm: WEER & WIND. Dat lijkt wel leuk. Maar ze worden gelijk al op het verkeerde been gezet: we gaan het eerst hebben over HOOG & LAAG, en dan vooral in relatie tot de bergen en dalen in de natuur. Als inleiding wordt een klien videootje getoond van Mount Kinabalu, een prachtige berg in Sabah, Maleisië. Sabah is niet erg bekend bij veel volwassenen (het is een deel van Kalimantan, voorheen Borneo) en al helemaal niet bij jonge kinderen. Dat maakt het alleen maar spannender.

 

 

http://www.youtube.com/watch?v=pWTq4WBh264&feature=fvsr

Mount Kinabalu is populair en mooi om verschillende redenen: je krijgt bij een beklimming zo beetje alle klimaatzones te zien: beneden tropisch regenwoud, boven een kale rots, met twee toppen boven 4000 meter. Een andere reden is de relatief makkelijke klim naar boven. Tenslotte: het schitterende uitzicht vanaf de top bij zonsopgang: je hebt de Philipijnen aan je voeten.

Het is handig om eerst maar eens een kaart te bekijken met daarop de route. Dat doen we dan ook in de groep:

 

 

http://mappery.com/map-of/Mt-Kinabalu-Trail-map

Zo’n kaart maakt veel los, vooral als het oog valt op de getalletjes 10 000, 10 500, 11 000 enzovoorts. “Zo zie je dat je omhoog gaat”, valt al gauw. Moet je natuurlijk wel even vertellen dat het hier om de hoogte in voeten gaat. Gelijk maar even het ezelsbruggetje erbij: voeten maal drie geeft meters, en omgekeerd. De twee bergpieken worden al snel gezien: de hoogste, Low’s Peak, meet 13 455 feet. Gelijk even controleren of het ezelsbruggetje enigszins klopt; op de kaart staat dat 13 455 feet gelijk is aan 4101 meter. 13 455  :  3  = 4485 meter. Flink meer, maar qua orde van grote in orde.

Ook de jonge kinderen (vanaf 6 jaar) zien heel snel het verband tussen hoogtelijnen die dicht bij elkaar liggen en steilheid van de klim. Geen kunst aan. Grote getallen, gekoppeld aan het wiskundig begrip helling of steilheid? Geen probleem.

Vervolgens passeren een paar mooie plaatjes in de PowerPoint. Ze tonen het verband tussen de drie dimensionale wereld en hoe die zelfde wereld met hoogtelijnen tot leven gebracht kan worden. Eén daar van laat een zij-en bovenaanzicht zien van een berg:

 

 

http://www.nrcan.gc.ca/earth-sciences/geography-boundary/mapping/topographic-mapping/10131

Het is toch wel opmerkelijk dat ook de jonge kinderen zo makkelijk met allerlei begrippen kunnen omgaan in deze haast tastbare context. Dat wordt straks nog spannend als we naar Hoge en Lage drukgebieden gaan. Die zijn toch een stuk minder tastbaar. Maar de gevolgen kunnen wel erg fysiek gevoeld worden.

Na uitgebreide discussies over hoogtelijnen, hellingen, steile en minder steile routes op kaarten, aan de hand van die hoogtelijnen, is het tijd voor een uitdaging. Ze krijgen een kaartje met hoogtegetallen, en de vraag is of ze er hoogtelijnen in kunnen tekenen. Lijkt eenvoudig, toch:

 

Met groot enthousiasme, gepaard gaande aan een zekere onderschatting, gaan de leerlingen aan de slag en komen dan o.a. tot deze kaart:

 

 

Al snel zien een aantal leerlingen dat het snijden van hoogtelijnen niet kan: ”want dan heb je punt met twee hoogtes”. Dat gaat dus niet. Alhoewel de volgende ‘oplossing’ ook niet perfect is, is het totaal beeld al aardig wat het moet zijn:

 

 

Het was weer een prachtige les. Het gaat te ver om te zeggen dat we functies van twee variabelen hebben geïntroduceerd. Maar dat de kinderen heel leuk met wiskunde zijn bezig geweest, al is het maar in het voorportaal, is toch weer mooi meegenomen. Bij ieder punt in het vlak (met coördinaten) wordt een hoogte toegevoegd. En dat gaan we verder uitbouwen in een meer abstracte context: het weer. Daarover de volgende keer.

No comments yet.

Leave a Reply