NIVEAU WISKUNDE ONDERWIJS BLIJFT DALEN

NIVEAU NEDERLANDS ONDERWIJS DAALT VERDER

 

De OECD heeft de resultaten bekendgemaakt betreffende de staat van het onderwijs in vele landen. Uiteraard is er veel belangstelling voor deze resultaten. Een aantal landen willen hun plaats in de top behouden. Anderen komen met gerichte programma’s die als doel hebben het peil omhoog te brengen. Duitsland en Polen zijn hiervan voorbeelden waarbij de stijging der resultaten aanvankelijk indrukwekkend was, althans tijdelijk.

Deze week was het weer zover. En de resultaten vielen niet mee. Kijk even naar de drie grafieken voor taal, wiskunde en science (wetenschap en techniek).

De trend is schrikbarend duidelijk: ‘alles’ gaat achteruit. Dit komt niet als een verrassing. Al in 2003 werd er een uitgebreide analyse gedaan van met name de resultaten van wiskunde. Van de OECD landen stond Nederland op de derde plaats: na Finland (ja, Finland!!!) en Korea. Maar in datzelfde rapport wordt al geconstateerd dat het niveau lijkt te dalen .

De Staatssecretaris heeft uiteraard al onderzoek aangekondigd. Maar dat lijkt tamelijk overbodig omdat het rapport van 2003 al behartenswaardige aanbevelingen doet. Heel kort geformuleerd:

-Meer aandacht voor formele en abstracte aspecten onderwijs (v.b. Vlaanderen)

-Meer aandacht voor hogere vaardigheden zoals probleem oplossen (v.b. Korea en Finland)

-Meer uitdagend en probleem-georiënteerd onderwijs op het vmbo. Daarbij dient het taalaspect extra aandacht te krijgen.

-Nader onderzoek naar dalende trend (dus reeds in 2003!)

Deze analyse werd uitgevoerd op verzoek van het Ministerie, maar heeft voor de oplettende lezer tot geen enkele actie geleid. Maar goed. Een kniesoor die niet blij is met de aangekondige nieuwe analyse.

Wellicht is het dienstig ook nog kennis te nemen van een persoonlijke analyse uit 2009. Als voorzitter van de internationale expertcommissie wiskunde was ik in de gelukkige positie om een diepere inhoudelijk analyse te doen. Dat hield in dat gekeken kon worden naar de prestaties van Nederlandse leerlingen op alle (geheime) opgaven.

De voorspelling dat de prestaties zouden dalen werd ruimschoots waar gemaakt. En zoals we nu bevestigd zien is de voorspelling van 2009 dat ‘we’ verder zouden dalen ook weer overtuigend uitgekomen.

De analyse van 2009 is wel gepresenteerd (op de Nationale Wiskunde Dagen) maar niet gepubliceerd. Maar het is misschien nuttig enkele bevindingen in de vorm van aanbevelingen te formuleren. Scheelt de nieuwe commissie wellicht wat tijd.

–       De dalende trend is zeer zorgelijk: vooral op het VMBO is het niveau van wiskundige geleerdheid treurig en teruglopend

–       Nederlandse leerlingen blijven zwak in formele en abstracte wiskunde

–       Nederlandse leerlingen blijven zwak in probleem oplossen en andere hogere vaardigheden (tegenwoordig is het trendy om deze vaardigheden 21st century skills te noemen.

–       De meisjes hadden in 2006 qua prestatie niveau de jongens ‘te pakken’. Maar in 2009 vielen ze weer terug, met name in de wat complexere opgaven.

–       De resultaten van de mindere presteerders is relatief goed, maar voor de betere leerlingen is dit juist niet het geval.

–       Het alom geroemde Finland is geen haar beter dan Nederland in wiskunde. (Inmiddels is Nederland Finland voorbij).

–       Het onderwijs moet daarom meer authentiek en probleem georiënteerd worden. En met name meer uitdagend.

De lezer ziet dat het probleem vooral geformuleerd is in termen van inhoud en in relatie tot de verwachte prestaties van de leerlingen. Dat dit een kansrijke manier is om tot betere prestaties te komen hebben Duitsland en Polen bewezen. Na de schokkend slechte prestaties uit de beginjaren van PISA (vanaf 2000) heeft men met inhoudelijk projecten (verandering van de aangeboden wiskunde) grote stappen voorwaarts gezet. Met als waarschuwing: na deze stimulatie projecten vielen de resultaten weer wat terug.

Onlangs was er weer positieve aandacht voor Finland wonderland. In dit geval ging het over iets heel alledaags: in de bovenbouw van de middelbare scholen gaat men meer projectonderwijs doen. Opzienbarend?

Kijk ten slotte eens naar de prestatie van Finland in vergelijking met Nederland:

Blauw is Nederland vanaf 2003, oranje is Finland. Minder, minder, minder. En omgerekend scoren de Nederlandse kinderen van 15 jaar minder dan een 6 min. Finland en Nederland moeten zich schamen: de leerlingen wordt ernstig tekort gedaan. Dekker: wakker worden!

 

Jan de Lange

Em. hoogleraar Universiteit Utrecht

Voorzitter Internationale Expertgroep PISA Wiskunde van 1999-2010.

No comments yet.

Leave a Reply