De Maya’s rekenen verder

 

De onderbouw kinderen komen stralend en huppelend de zaal in: leuk, weer Maya’s! Maar ja, was er nog wel wat blijven hangen van de vorige keer? Gewoon eens vragen. Dat was wel nodig, want er waren enkele nieuwe kinderen bij gekomen. Dus lieten we een vrijwilliger het 20 tallig getalsysteem van de Maya’s nog een keertje uitleggen. Opvallend was daarbij dat het principe van grote-passen-snel-thuis werd gehanteerd; het werd duidelijk een opbrengstgerichte les. Heel leuk om dat aan te zien, kinderen vanaf groep 3.

Daan, die het even uitlegde, had de volgende tekening van 99 gemaakt;

Hij deed het met een jaloersmakend gemak. Vandaar nog maar even terug naar dit getal, met maar liefst vier ‘verdiepingen’:

Dat is dus een fluitje van een cent:

En dat deze leerlingen nauwelijks grote getallen in de rekenles hebben gezien, lijkt hun nauwelijks te deren. De grote getallen schallen door het lokaal. De leerkracht en ik kijken elkaar met glimmende ogen aan.

Maar ja, nu de wat lastiger kant: hoe kan je onze getallen nu herschrijven in Maya notatie? Het getal dat ze willen is 719. En al heel snel wordt opgemerkt dat je van de bovenste verdieping naar beneden moet: eerst kijken hoeveel 400 ’s erin gaan ( duidelijk maar 1), vervolgens houd je 319 over. Daar past 20 maximaal 15 keer in, op het nippertje, maar toch: een heel volle verdieping. Dan hou je nog 19 over: weer en volle bak, op het laagste niveau:

De bovenbouw groep is flink uitgebreid, dus ook hier even een leerling exposé omtrent het talsysteem. Daarna de grote uitdaging: de Maya kalender. De Maya’s hebben heel goed nagedacht over hun kalender. Met de leerlingen stonden we even stil bij onze kalender: dag, 7 dagen in een week (waarom 7, we hebben toch een tientallig systeem?), 52 weken in een jaar (52 ???), ongeveer 30 dagen in een maand, ongeveer 365 dagen in een jaar. Wat een waardeloos systeem, wat een rare structuur! De Maya’s wilden graag dicht bij hun telsysteem blijven, maar ook het ‘bioritme’ van de aarde volgen. Dus een dag (kin) is een dag, dan 20 (natuurlijk!) dagen in de maand (uinal), en liefst 20 maal 20 dagen in een jaar. Maar dat was ze te gek, dus dan maar 18 maal 20 dagen in een jaar of 18 maanden in een jaar(tun). En dan hadden ze nog 5 ‘extra’ dagen. Dan heb je mooi 365 dagen. Daarna werd gewoon weer de 20 factor gehanteerd: 20 jaar (katun) is 20 maal 360 dagen, dus 72000 dagen, en een baktun is weer 20 keer zo groot (144000).

Ze vinden het fascinerend. En moeilijk. Maar uitdagend. De rest van de les gaan ze ontcijferen op welke dag Vogel-Jaguaar streed met zijn vijand Juweel-Schedel:

 Het bleek dag 1412661 te zijn. Maar goed, dit was dan ook de bovenbouw. En er parelden zweetdruppels op sommige hoofden.

No comments yet.

Leave a Reply