Coriolisstroop

Na het mooie ervaringen met hoogtekaarten zou nu de stap naar de veel abstractere weerkaarten moeten gaan gebeuren. Eerst een korte terugblik om te kijken of er nog wat was blijven hangen van de hoogtekaarten. Nou dat zat wel goed. Verbazend goed eigenlijk. Dus gezwind naar de weerkaarten. Eerst maar eens de kaart van gisteren (11 december 2012)tevoorschijn getoverd, met dank aan de prachtige website van de Belg Ruben Weytens  (http://www.rubenweytjens.be/waarnemingen.html).

Zo ziet deze eruit:

Uiteraard gaat de discussie nu over het weer van gisteren: ja, er was niet veel wind, dat klopte wel. Veel uitleg was volstrekt overbodig: dat zie je toch zo: Bij Nederland liggen de hoogtelijnen immers niet zo dicht bij elkaar. Ne voor een flinke wind moest je ‘daar’ zijn: de weerman van dienst wees geheel correct naar de Riviera. Stevig briesje daar. Na nog een weerkaartje wordt ook de naam van de hoogtelijnen genoemd: isobaren.

Langzaam gaan we naar het volgende achterliggende concept: hoe gaat de wind nu eigenlijk van hoog naar laag. Eerst een schetskaartje van een Franse meteoroloog:

Een  vrouwelijk evenknie uit de groep legt even uit wat we nu eigenlijk zien. Een kaartje met isobaren. En ook pijltjes die van hoog naar laag gaan; loodrecht op de isobaren. Logisch, want zo zou een knikker naar beneden rollen. Maar er is iets bijzonders met die pijltjes: hoe dichter die isobaren bij elkaar liggen, hoe langer het pijltje. Dat zagen ‘best wel’ veel kinderen al heel snel zelf. Dat komt vooral door de korte pijltjes bij B  en  E: de hoogtelijnen liggen daar ook wel ver van elkaar.

Tja: die pijltjes geven eigenlijk de ‘gradiënt’  aan: de helling aldaar. De interesse van de kinderen verflauwd voor geen moment. Juist het authentieke karakter van het schetsje lijkt goed uit te pakken. Zijn ze klaar voor de grote verwarring?

 

De vorige les hadden we aan het eind een stukje video getoond van de watersnoodramp van 1 Februari 1953,. Nu komt de weerkaart van die dag op het scherm:

Je ‘ziet’ de storm als het ware voor je eigen gen: de isobaren liggen verschrikkelijk dicht bij elkaar boven de Noordzee. Hoe kan dat nou?

Urenlang had ik geëxperimenteerd. Thuis, met een mooie grote wereldbol. Het idee: als ik een wat dikkere vloeistof vanaf de pool naar beneden liet stromen, terwijl de bol de goed richting opdraaide dan, wellicht,………… Leuk idee. Limonade was te waterig. Olijolie was ook geen succes. Ah!  Fietsketting olie? Iets beter, maar dat ging hem ook niet worden. Ik keek nog eens vorsend in de keukenkastjes. Pannenkoekensiroop? Ja! Het kan werken, maar dan moet alles meezitten zeg ik bij voorbaat. In de engroep ging het geweldig, in de andere wat stroperiger. Maar overtuigend: Ja:

De stroop, pardon de wind wijkt sterk af naar rechts, en zelfs zover dat de wind bijna evenwijdig gaat lopen aan de isobaren.

De wind draait naar rechts weg vanuit het Hogedrukgebied en draait vervolgens ook zo het Lagedrukgebied binnen. En dat komt door de Corioliskracht, veroorzaakt door het draaien der aarde. De stroop was het bewijs.

No comments yet.

Leave a Reply