Archive | Opinie RSS for this section

Verdomming op hoog niveau: 228 doden

Vliegen is fantastisch: je drukt de gashendel in, je kijkt goed naar de snelheid. Dan op het gepaste moment, trek je lichtjes aan de stuurknuppel, en ja, de neus richt zich op, en ineens voel je de wielen het contact met het beton verliezen. Je vliegt. Zelf. Je ruikt het, je voelt, het, je scant de instrumenten of alles nog goed gaat. Meestal wel, gelukkig. Je snelheid is heel belangrijk: te langzaam en je gaat onderuit. Te snel, en je zou zomaar een vleugel kunnen verliezen. De hoogte is meer van juridisch belang: te laag, of te hoog een de Luchtvaartpolitie zet je zomaar op de bon. Na verloop van talloos vele jaren word je langzaam maar zeker één met het vliegtuig: je voelt dat de snelheid goed is, je blijft vrij achteloos op de goede hoogte, en de kompaskoers geeft aan dat je doelgericht vliegt.

Mooie tijden, in de lucht. En je moet echt oppassen dat je zelfs in ons piepkleine landje niet verdwaalt. Maar veel van deze zaken zijn achterhaald: de tomtom heeft in extreme vorm haar plaats gevonden in de luchtvaart. Vliegen gaat steeds meer lijken op de flight-simulator. Het vliegen, vooral op de grote luchtreuzen, wordt steeds veiliger met name door de computersystemen. Ik had ooit eens het voorrecht om in de cockpit van een Jumbo de vlucht van Schiphol naar Chicago mee te mogen vliegen. Of, beter gezegd: om te kijken hoe de computer ons naar Chicago vloog. Mooie computerlanding, daar niet van. Maar wat was ik blij dat ik wiskunde was gaan studeren in plaats van piloot te worden. Daardoor leerde ik nog klassiek vliegen: ronde klokken, veel informatie, constant uit je doppen kijken, de instrumenten scannen, de luchtjes ruiken (hé, wat ruik ik daar?). Dat was mijn idee van vliegen. Soms zelfs met de cockpit open: de wind deed mijn toenmalige krullen van opwinding dansen.

Een goede kennis vliegt als gezagvoerder op een Jumbo. Ik vroeg hem of hij vliegen ook als hobby zag. Nee, natuurlijk niet, was zijn antwoord: het betaalt goed en je hoeft eigenlijk niet veel te doen. Klopt, als alles goed gaat. Soms gaat het fout. Niet door de computer, maar door mensen, die aan verschillende kanten van het spectrum, ‘dom’ waren.

Het is 31 Mei 2009. De Air France Airbus Flight 447 bevindt zich op 35.000 voet, ruim 11 km hoog, boven de Atlantische Oceaan. Beetje turbulentie, dus de riemen vast. Onverwacht ziet de tweede piloot wat hij nog nooit heeft gezien: het toestel heeft de neus naar boven, 15 graden, maar het toestel daalt razendsnel: 3 km/minuut (!). De computers hadden, blijkt later, ‘ontdekt’ dat de snelheid afnam, en daarom gas gegeven, en toen dat niet hielp, de neus naar boven gestuurd. De piloot schrok zich te pletter: dit kan helemaal niet, en toen zei de computer ook nog: ik stop ermee, doe jij het maar (vertaling enigszins vrij). Wat nu?!

De piloot reageerde, zoals inmiddels al drie keer is gebeurd in soortgelijke gevallen, met trekken aan het stuur. Want met 3 km/minuut naar beneden gaan is ook niet alles. Fatale fout. Beginners fout. Als een vliegtuig ophoudt met vliegen omdat de snelheid te laag is geworden, moet je de neus naar beneden drukken: dat neemt de snelheid toe, en gaat het vliegtuig weer vliegen. Maar ja, deze merkwaardige serie ontwikkelingen zitten helaas niet in de flight simulator. En ook niet in de training.

Zoals de oude knarren onder de vliegeniers zeggen: de piloten waren gewoon vergeten te vliegen, en probeerden tevergeefs de computers te begrijpen. U kent de afloop: de vliegers bleven de neus drie en een halve minuut optrekken en 228 mensen kwamen om.

Deskundigen verbazen zich nog steeds over dit ongeluk. Omdat het allemaal heel simpel is. Door een defect aan het snelheid meetinstrument kwam daar ijs in te zitten, en werd de door de computer waargenomen snelheid steeds lager. Dus de computer denkt dat er maatregelen moeten worden genomen: meer gas, en later: de neus optrekken. Maar toen dat niet hielp (de snelheid bleef teruglopen) gaf hij het op: bekijk het zelf maar. Als het dag was geweest had die piloot gezien dat er volstrekt niets aan de hand was: neusje naar beneden, gas wat terug, en op naar Parijs.

Maar ja, het was nacht en de mensen die de software hadden bedacht, hadden hier nou net niet aan gedacht. En de piloten vertrouwden erop dat de computer altijd gelijk heeft. En vergaten de  basisvaardigheden ‘eenvoudig vliegenier’.

Een begenadigd schrijver over de technische aspecten van het vliegen, Peter Garrison, constateert terecht dat een heel simpel instrument dit ongeval had kunnen voorkomen. Dit klokje: de stand van het vliegtuig van de zijkant bekeken, en de baan die de richting van vliegen aangeeft:

 

Iedere piloot ziet dat het vliegtuig in deze stand niet KAN vliegen: de hoek tussen het vliegtuig en de baan is veel te groot. Naar beneden die neus, Klaar.

De programmeurs van Airbus ‘dachten’ dat dit niet kon gebeuren. Dus de computers zeiden abrupt: zoek het maar uit. Maar de piloten hadden geen idee wat er aan de hand was. Want deze situatie zat onvoldoende in de flight simulator, en bovendien zit je dan rustig op de grond.

De mensen die de software ontwikkelden waren dom. De mensen die de piloten hebben opgeleid waren dom. De twee piloten van Air France waren dom. 228 mensen zijn dood.

Alle drie groepen waren experts op hun gebied. Maar de drie expertise gebieden stonden niet met elkaar in een functionele verbinding.

‘Mijn’ hotseknots vliegtuigje heeft tegenwoordig ook tomtom. Ik heb geprotesteerd bij de club. Tevergeefs, dat spreekt.

P.S. Stap rustig in een Airbus. Er is het een en ander veranderd. U weet het toch: als het kalf….

P.P.S.S. U begrijpt dat dit stukje over onderwijs gaat. Progammeur: Ministerie van OC & W. Opleiders: PABO’s; Piloten: Leerkrachten, Slachtoffers: Uw kind. (Let wel: vliegen is nog nooit zo veilig geweest, de conclusie omtrent onderwijs is voor U).

 

Er is nog hoop voor onze kinderen

De regelmatige lezers (toch zeker een drietal) van mijn stukjes zullen mijn verontwaardiging kennen betreffende de koers van het Nederlandse Onderwijs, parmantig geleid door de Minister. Mijn eerste kolom ging over de teloorgang van het kind en daarna heb ik geduid hoe de veramerikanisering, of stalinisering, de ontreddering verder bevordert. De bewijsvoering voor mijn standpunten is niet moeilijk: gewoon logisch redeneren en om je heen kijken. Met nadruk op: om je heen, dus niet monomaan altijd weer de VS, een land dat de rode lantaarndrager is in de westerse wereld voor wat betreft het peil van het funderend onderwijs.

Het valt niet mee om een discussie over het Nederlandse onderwijs op gang te krijgen die over de kern gaat: het leren van kinderen. Eigenlijk enigszins verbazingwekkend. En de Volkskrant voorop, die mijn pennenvruchten niet publiekabel vond. En het blijkt nu toch weer, dat er mensen zijn, en wel van onbesproken gedrag, die mijn analyse delen en ondersteunen.

Uiteraard beperk ik mij tot de essentie. De lezer is tegenwoordig tamelijk ongeduldig. Punt 1 is dat het onderwijs geheel buiten de werkelijkheid staat. Mark Tucker (VS) heeft een boek gelezen van Paul Sahlberg over het Finse Onderwijs Wonder. Immers, Finland is ongeveer de westerse wereldkampioen in het OECD/PISA onderzoek. En, het kan niet op: hij heeft nog een boek gelezen van Andy Hargreaves en (inderdaad, de) Michael Fullan, over “Professional Capital”. Deze auteurs zijn het helemaal met elkaar eens. Zij, samen met Tucker, identificeren de Amerikaanse benadering de allerslechtste die denkbaar is als je onderwijs van wereldklasse wil. De korte definitie van die allerslechtste benadering: ”Competitie en Keuze, Standaardisering van leren en lesgeven, grotere nadruk of accountability (afrekenen), en leraren die excelleren extra belonen”. Ik verzin het niet, zo staat het er. Het is niet voor niets dat Bill Gates onze Marja van Bijsterveldt heeft gewaarschuwd.

Punt twee volgt gewoon uit 1: het model hierboven kort gekarakteriseerd, kortweg management model genoemd, hoort thuis in het begin van de vorige eeuw, toen we nog ‘basic skills’ nodig hadden. Zoals Tucker zegt: Routine skills hebben we absoluut niet meer nodig. Logisch redeneren, intuïtief denken, probleem oplossen: daar gaat het om in de 21e eeuw. Vandaar dat deze ‘skills’ nu door o.a. de OECD fantasievol de 21st Century Skills genoemd worden. Verder dan een goed rapport van de SLO/Ververs stichting, dat binnen de kortste keren in een lade belandde, is men in Nederland nog niet gevorderd. Trouwe lezers herkennen hierin de tweede kern van veel van mijn eerdere betogen.

Ten derde, en als belangrijkste: het Rapport van het Australische Grattan instituut. De Australische regering neemt het onderwijs wel serieus. Samen met het internationale bedrijfsleven werd een studie opgezet die het Ministerie van Onderwijs een houvast moest gaan bieden voor de toekomst. Daartoe werd tot in detail niet gekeken naar Finland (dat is wel zo’n beetje uitgekauwd), maar naar Singapore, Hong Kong, Shanghai, en wellicht het meest relevant, Korea. Dat is tenminste een echt ’land’. Want wat is er nu zo revolutionair aan de benadering in het verre oosten. De prioriteit ligt bij het kind !!! Dat is echt wel heel sensationeel. Hier schiet ik vol. Het kan dus gewoon. Later meer. Even verwerken.

De LeerFabriek: Over Productie Functies en Toegevoegde Waarde

De Telegraaf schreef met chocoladeletters in haar blad voor wakker Nederland in van 6 januari 2020: Den Haag ontslaat honderden leraren die te weinig Toegevoegde Waarde hebben.
En twee weken later had het Algemeen Dagblad de volgende kop: Primeur: De lijst van alle docenten in Rotterdam met hun Toegevoegde Waarde.
De krant die vroeger de geest scherpte maakte melding van een andere ontwikkeling: Talloze rechtszaken in Amsterdam over Toegevoegde Waarde.

Onlangs maakte ik de lezer gewag van mijn zorgen betreffende de dreiging van voortschrijdendeStalinizering van het onderwijs: te beginnen in de VS, maar op weg naar Nederland gezien het enthousiasme van de huidige minister van onderwijs betreffende de nadruk op rekenen en taal, op toetsen en leerlingachtervolgsysytemen, op eindtermen en referentieniveaus en de zich aftekenende afrekencultuur. Ik heb goed nieuws voor de Minister: de afrekencultuur kan rekenen op gedegen steun van onderwijseconomen. De New York Times raakte geheel enthousiast afgelopen week: “Big Study Links Good Teachers to Lasting Gain”. En met name dan op basisschoolniveau.

Welnu de studie is inderdaad “Big”: twee-en-een-half miljoen leerlingen zijn twintig jaar gevolgd. En uit een presentatie van de onderzoekers zelf citeren we: “veel mensen ondersteunen het streven naar een betere kwaliteit van leerproces”, om dit te vertalen in de vraag: “Hoe krijg je betere leerkrachten”? Een nogal verrassende logica. Maar goed, de aap komt heel helder uit de mouw: “Als je leraren met een hoge toegevoegde waarde voor de klas zet, wat zijn dan de gevolgen op lange termijn?”

Goede vraag. Maar enige toelichting is wel vereist: de toegevoegde waarde wordt gemeten aan de vooruitgang in scores van leerlingen bij gestandaardiseerde toetsen. De gevolgen voor de lange termijn zijn de vooruitgang in inkomen in de rest van je leven. Dus de leraar is goed als de testscores van je leerlingen iets meer omhooggaan dan het gemiddelde. En dat garandeert die leerlingen later zeker een hoger inkomen, al heb je die docente maar één jaar gehad.

Het onderzoek is opgesteld door economen van naam: Raj Chetti en John Friedman van Harvard en Jonah Rockoff van Columbia. Het mag dus nauwelijks verbazing wekken dat hun conceptueel framework start met de “Education Production Function for Scores and Earnings”. U leest het goed: De Onderwijs Productie Functie voor Scores en Inkomsten. Een vorige keer schreef ik over de teloorgang van het kind in het onderwijs. Ik was daarin te vriendelijk, te meedenkend. Het is zo simpel: een school voegt waarde aan producten toe, en de effectiviteit van de lopende band in de fabriek is een simpele kwestie van input/output analyse: het kind gaat erin met een beginscore, de leerkracht bewerkt het product met het oog op scoreverhoging, en aan het eind wordt de score weer bepaald: de toegevoegde waarde staat aldus objectief vast te stellen.

Even de conclusie samengevat voor leken zoals wij: “Als je een leerkracht met een lage toegevoegde waarde 10 jaar lang in je school hebt, in plaats van haar te vervangen door een doorsnee leerkracht, kun je hypothetisch gesproken, spreken van een verlies van twee-en-een-half miljoen dollar”. Of op individueel niveau gesproken: voor een hele klas zou het totale bedrag aan inkomen gedurende het gehele leven van de leerlingen groeien met 266.000 dollar. Daar moet een mooie opgave voor Wiskunde A inzitten voor het CITO.

U bent gewaarschuwd: dit onderzoek gaat grote gevolgen hebben. Onderwijseconomen en politici gooien het straks op een akkoordje. En onze kinderen? Die zijn ze allang uit het oog verloren. De schoorsteen moet roken, de fabriek moet draaien.
O ja, voor ik het vergeet: vervang Den Haag door Washington D.C., Rotterdam door Los Angeles, en Amsterdam door New York, en dat geeft precies de actuele situatie in de VS aan.

Nederland volgt de VS, de VS volgt Stalin

Het was te voorzien: alles wat fout gaat in de VS wordt in Nederland met groot enthousiasme binnengehaald. En het blijft niet beperkt tot Fast Food. Het onderwijs in de VS is van werkelijk onvoorstelbaar laag niveau, zoals in iedere vergelijkende studie blijkt, of het nu PISA, TIMSS, PIRLS of wat voor afkorting dan ook is. De afkorting is irrelevant geworden: de uitkomst staat van te voren vast: het is niks.

Ik ben ervaringsdeskundige: heb niet alleen een jaar wat colleges gegeven, maar ben ook in veel scholen geweest in de VS. Van die heel rijke, waar je steevast mensen van ons Ministerie tegenkomt, die altijd ook zeer onder de indruk zijn. Maar die zie je ook minder in scholen in b.v. Florida, waar de kinderen geen boeken hebben, geen ouders, geen ramen in het lokaal. Dat tekent de VS: een enorme diversiteit, maar niet echt met even grote kansen voor iedereen.

Dertig jaar geleden stond ik verbaasd te kijken naar de vertoetsing van de Amerikaanse maatschappij, en het onderwijs in het bijzonder. Accountability (Afrekencultuur) zag ik voor mijn ogen ontstaan. Dat begrijpen ging mijn beperkte brein te boven. Vrijheid van onderwijs in het meest democratische land ter wereld bleek een ongelooflijke farce.

Bush zag kans de democraten te paaien met de wet ‘No Child Left Behind’. Alle kinderen moeten betere resultaten boeken, ieder jaar moet een school zichtbaar beter presteren, en zo niet dan vliegt de leraar eruit en/of gaat de school dicht. Een giga toetscircus met giga winsten voor een paar uitgevers is het gevolg. Net zoiets als de leerling’achtervolg’systemen in Nederland, maar dan nog veel erger.

De vrijheid van onderwijs is een farce, in de VS. En, als het aan onze Minister ligt, ook in Nederland. Nog meer toetsen, opbrengstgericht werken, eindtermen, referentieniveaus, en een afrekencultuur, zogenaamd in het belang van het kind. Ammehoela. Het is de ultieme uiting van het uniformiteitsdenken dat achter ‘No Child Left Behind’ zit. Alle kinderen altijd toetsen volgens ons opgelegde systeem. Daar groeien kinderen enorm van, vooral hun creatief denken en probleem oplossen.

Onze Minister heeft Rekenen en Taal bijna heilig verklaard. Ik kan U verzekeren dat ‘Science’ zal volgen. De Amerikanen hebben de vakken Science, Math en Technology al heel lang geleden een welhaast sacrale status gegeven. Als die vakken niet op niveau zijn, moeten andere vakken maar even wat minder aandacht geven. In de VS krijgen kinderen op ‘slechte’ scholen (bedoeld wordt: kinderen in arme wijken) geen tekenles, geen sport, geen knutselen. Zoals Obama al zei: “Galileo heeft de wereld veranderd toen hij door zijn telescoop naar het heelal keek, en nu zijn jullie aan de beurt”.

Bijzonder, die uitspraak. Jozef Stalin sprak vergelijkbare woorden, ook Galileo aanhalend, in 1940. En het is ook zeker geen toeval dat een bekende Amerikaanse onderwijsonderzoeker, Lawrence Baines, tot de conclusie komt dat het Amerikaanse onderwijs langzaam, maar onafwendbaar, gestaliniseerd wordt. Hij spreekt zelfs van een militaire operatie die van informeel georganiseerde, locaal gecontroleerde, kind geöriënteerde scholen nu strak gereguleerde, centraal gecontroleerde, opbrengst gerichte scholen maakt.

Ik zei al eerder: het kind is geheel uit het oog verloren. Ons grootste kapitaal wordt vermalen in een eenheidsworsten fabriek. Maar de worstjes glimmen wel mooi hoor. Behalve dan die speciale kinderen. Die zitten in een andere passende machine: weliswaar worden ze geen worst, maar ze kosten dan ook bijna niks. Het zijn eigenlijk een soort nepworstjes. Niet naar omkijken, dus.

U begrijpt het al: wij volgen werkelijk in alle slechte onderwijspraktijken de VS. Het zal wel onze Calvinistische inslag zijn en eeuwige dank voor de bevrijding uit de Duitse knoet. Maar als de Amerikanen nu worden gestaliniseerd ziet het ernaar uit dat onze Minister alvast een voorschot neemt: we zullen ons deze keer door de dekselse Amerikanen niet meer op grote afstand laten zetten: wij beginnen nu ook alvast maar.

Ach, Vygotsky heeft zich waarschijnlijk al vele malen in zijn graf omgedraaid. Zijn kind-georiënteerde theorie werd door de laarzen der communisten vertrapt. Hij zal zich ongetwijfeld nog een keer omdraaien: dat Nederland alles uit de VS importeert is tot daaraan toe, maar dat Stalinisme had toch niet echt gehoeven. Het nieuwste initiatief van de Minister heet, dacht ik, ‘De Leraar Aan Zet’. Te lezen als: ‘De Leraar Afgezet’. Dat U het weet.

Ouders ogen geven

Marja van Bijsterveldt zit niet stil, maar zou soms wel eens wat beter na moeten denken. De Volkskrant besteedde gister, 30 november, ruim 2 pagina’s aan de bewindsvrouwe, en haar plannen om ouders meer bij school te betrekken. Maar uit een kolombreed artikel aan de rand van de krant blijkt nadrukkelijk dat b.v. haar plannen voor passend onderwijs niet gestoeld zijn op enig realisme. En een onderzoekster van het Centraal Plan Bureau wijst op de doorslaande toetscultuur: toetsen als doel i.p.v middel. Anderen gaan iets verder: ze zorgt voor een ware ‘toetsterreur’.

De onderzoekster, Ria Bronneman-Helmers, wijst er ook op dat de kinderen van nu creatiever zijn met kennis en veel beter communiceren. En daar ligt de sleutel naar een veel betere ouderbetrokkenheid, met relatief weinig investering van ouders.

In 2005 namen drie beta-wetenschappers, Robbert Dijkgraaf, Johan van Benthem en ondergetekende een initiatief, dat gepresenteerd werd onder de titel ‘TalentenKracht’. Het uitgangspunt was dat jonge kinderen veel meer kunnen dan ‘we’ denken. Creatiever zijn, nieuwsgierig, onderzoekend, probleem oplossend, en nog veel meer. Zij bepleiten meer inzicht in de onvermoede talenten van jonge kinderen (in een project dat inmiddels al zes jaar loopt) en vooral ook een andere blik van ouders op hun kinderen. “Ouders Ogen Geven” was daarbij een motto.

Het is zo simpel: geef kinderen de mogelijkheid om met ‘talentontlokkend’ speelgoed te spelen. Dat kan heel veel zijn: een eenvoudige luchtspuit, knikkerbaan, lego, kapla, speelgoedbeestjes, schelpen, enz. enz. en vraag zo af en toe een vraag die kinderen tot nadenken stemt. Binnen het project is dan ook veel aandacht om te kijken welk speelgoed werkt, en welke vragen werken.

De onderzoekers hebben niet stil gezeten en er zijn maar liefst zo’n 1800 videofilmpjes  gemaakt (door onderzoekers uit Utrecht) met daarop die fantastische jonge, nieuwsgierige en sprankelende kinderen. Een klassieker is de opname van een Katwijkse jongen, Wesley, die in de weer gaat met twee plastic luchtspuiten, verbonden door een slangetje. De sprankeling spat van het scherm (zie: TalentenKracht.nl), maar vooral ook zijn vermogen om heel snel allerlei belangrijke natuurkundige zaken op te steken, en daarbij toont hij een verbluffend staaltje van taalontwikkeling. Wesley begint met de constatering dat hij ‘het niet precies’ weet, tot de constatering dat het apparaat eigenlijk gewoon ‘ademt’. De investering van ouders zou in dit geval zijn: vier euro voor de spuit van de Hema, en drie minuten om een goede vraag te stellen. En als je de ouders van Wesley het interview laat zien is één zaak duidelijk: die ouders hebben ogen gekregen.

Ouders Ogen Geven is een sterke ‘methode’ om ouders op een uiterst functionele manier bij de ontwikkeling van hun oogappel te betrekken. Ze gaan zich verbazen over de verwondering en nieuwsgierigheid van het jonge kroost. Raken enthousiast, leggen verbanden met de schoolvakken, en overbruggen langzaam maar zeker de kloof tussen school en thuis, en maken de ouders op een natuurlijke manier meer ‘betrokken’ bij de ontwikkeling van hun kind. En voor de scholen liggen er prachtige mogelijkheden om ouders te helpen ogen te krijgen, dan krijgen de leerkrachten die vanzelf ook.

Terwijl ik dit zit te typen zegt Marja van Bijsterveldt op de radio: “Goed onderwijs begint thuis”. Ja, als je kinderen de kans geeft, en ouders ogen. En dat ziet de Minister nog niet helemaal helder.

De verwondering van Wesley (5 jaar oud) bij het ‘zien’ van de werking van de luchtspuit:

Screendump van video (Els feijs, Willem Uittenbogaard).

Passend Onderwijs & Excellentie: De teloorgang van het kind in het onderwijs

“Woest”. Dat is ze. Haar grijze krullenbol schudt heftig heen en weer. Ze zet zich al dertig jaar in voor ‘haar’ kinderen op de basisschool. Met groot enthousiasme en volledige inzet. Tot nu. Het is afgelopen. “Ze hebben in Den Haag het kind volledig uit het zicht verloren. Kijk naar passend onderwijs: ongelooflijk wat een puinhoop ze daarvan maken. En helemaal cynisch: je kan een Michelin ster krijgen als je school excelleert. En 30 miljoen per jaar voor een Excellentie programma. Excellentie van Bijsterveldt lijkt het spoor geheel bijster”.

De woedeuitbarsting krijgt een dramatisch vervolg. “Weet je wat er bij ons gebeurt?”. Ze geeft me geen kans een antwoord te geven. Ze is immers héél boos. “De Plus lessen verdwijnen (voor leerlingen die wat meer kunnen). De kunstlessen verdwijnen. Jonge enthousiaste leerkrachten worden ontslagen! Rugzakjes weg!”.
Wanhopig kijkt ze me aan. “Wat moeten we nu? Naar het Malieveld? Geen nut. Ze snappen er bij het Ministerie toch helemaal niets van. Vroeger ging onderwijs om kinderen. Nu wordt het een afrekencultuur!”

Omdat de directeur van de basisschool woest was heb ik niet op al haar uitbarstingen gereageerd. Maar natuurlijk heeft ze gelijk. Van Bijsterveldt is de weg geheel kwijt. Op het gebied van Passend Onderwijs, Van PISA (de prestaties), bij Excellentie, bij het Toetsen, bij het formuleren van ambities, bij de afrekencultuur. En de kinderen? Ach, de eerste zinnen van het treurigmakende plan: Actieplan “Basis voor Presteren” zijn prachtig (ik zou ze geschreven kunnen hebben): ”Elke klas zit barstenvol talent, want ieder kind heeft talent. We kunnen het ons niet veroorloven talent te verspillen.” En vervolgens wordt haarscherp uit de doeken gedaan hoe OCW dit talent en geld(!) wil verspillen.

De woede over de draconische maatregelen betreffende het passend onderwijs (speciaal onderwijs) is inmiddels algemeen bekend. Maar wellicht keert het beleid zich hier nog enigszins ten goede. En dat Excellentieprogramma? Tranen in de ogen krijg je ervan. Nog maar een klein aantal jaren geleden (vorig kabinet) was er ook al een excellentieprogramma voor het Basisonderwijs. Ruim 300 scholen dienden een voorstel in. Toen bleek haarfijn dat het niet duidelijk is wat excellentie nu eigenlijk inhoudt. Terwijl de Staatssecretaris het zo fraai had beschreven: excellentie is geoperationaliseerd talent. Dus als je enigszins onderbedeeld ben bij de talentuitreiking kun je toch nog excelleren: gewoon je talenten maximaal ontwikkelen. Dat is iets geheel anders dan de huidige minister voor ogen heeft: geen talentontwikkeling, maar ‘maximaal presteren’ op CITO toetsen. En excellentie nieuwe stijl is ook heel iets anders dan ‘je talenten optimaal ontwikkelen’. Het gaat nu de 20% ‘best presterende leerlingen’ (Dat is ruwweg de gehele groep die naar het VWO gaat, dus, dat heet dus Excellentie).

”Er zijn duidelijke signalen dat we het talent van onze beste leerlingen onvoldoende benutten. Uit het meest recente PISA onderzoek blijkt dat Nederland verhoudingsgewijs minder leerlingen kent die excellent presteren. Juist de beter presterende leerlingen presteren minder goed dan in het buitenland”.
Hierbij vindt de Minister steun bij een CPB rapport. Dat benadrukt dat onze hoogst scorenden minder goed scoren dan andere toplanden. Maar dat is omdat (bij wiskunde) onze leerlingen slecht zijn in het probleem oplossen, redeneren en formaliseren. Dat is heel jammer omdat Probleem Oplossen nu juist de kerncompetentie van de 21e eeuw is (volgend de OECD). Maar in Den Haag is de invoering van de 21e eeuw nog niet geheel doorgedrongen.

De leerling’achtervolg’systemen worden uiteraard verplicht, de CITO toets ook (wellicht nog steeds met 20e eeuwse multiple choice vragen), en straks volgen we ons lichtend voorbeeld, de Verenigde Staten, op het gebied van de afrekencultuur.
De directeur en ik praten binnenkort verder. Over die prachttalenten van de kinderen. Over de competenties van de 21e eeuw, op het lijf geschreven van juist de jonge kinderen. De jonge kinderen die sprankelen, onderzoeken, nieuwsgierig zijn. Die als natuurlijk talent probleem oplossen (en veroorzaken hoor ik ouders zeggen) hebben, een talent dat schreeuwt om ontwikkeling. Over de speciale kinderen, die andere talenten hebben, die wellicht niet altijd passen bij het ‘data-driven-systeem’. Over kinderen die veel meer kunnen dan de school via toetsen vraagt. Over kinderen die uitgedaagd willen worden. Over hoe je kinderen kan voorbereiden op hun rol in de maatschappij. Over ouders die hun kinderen met (nog meer) plezier naar school zien gaan, en ook thuis weten wat ze moeten vragen. Kortom, we gaan eens praten hoe je kinderen maximale kansen kunt geven om hun talenten te ontwikkelen. Wedden dat ze ook nog eens beter gaan scoren op PISA in 2021?