NIVEAU WISKUNDE ONDERWIJS BLIJFT DALEN

NIVEAU WISKUNDE ONDERWIJS BLIJFT DALEN

NIVEAU NEDERLANDS ONDERWIJS DAALT VERDER

 

De OECD heeft de resultaten bekendgemaakt betreffende de staat van het onderwijs in vele landen. Uiteraard is er veel belangstelling voor deze resultaten. Een aantal landen willen hun plaats in de top behouden. Anderen komen met gerichte programma’s die als doel hebben het peil omhoog te brengen. Duitsland en Polen zijn hiervan voorbeelden waarbij de stijging der resultaten aanvankelijk indrukwekkend was, althans tijdelijk.

Deze week was het weer zover. En de resultaten vielen niet mee. Kijk even naar de drie grafieken voor taal, wiskunde en science (wetenschap en techniek).

De trend is schrikbarend duidelijk: ‘alles’ gaat achteruit. Dit komt niet als een verrassing. Al in 2003 werd er een uitgebreide analyse gedaan van met name de resultaten van wiskunde. Van de OECD landen stond Nederland op de derde plaats: na Finland (ja, Finland!!!) en Korea. Maar in datzelfde rapport wordt al geconstateerd dat het niveau lijkt te dalen .

De Staatssecretaris heeft uiteraard al onderzoek aangekondigd. Maar dat lijkt tamelijk overbodig omdat het rapport van 2003 al behartenswaardige aanbevelingen doet. Heel kort geformuleerd:

-Meer aandacht voor formele en abstracte aspecten onderwijs (v.b. Vlaanderen)

-Meer aandacht voor hogere vaardigheden zoals probleem oplossen (v.b. Korea en Finland)

-Meer uitdagend en probleem-georiënteerd onderwijs op het vmbo. Daarbij dient het taalaspect extra aandacht te krijgen.

-Nader onderzoek naar dalende trend (dus reeds in 2003!)

Deze analyse werd uitgevoerd op verzoek van het Ministerie, maar heeft voor de oplettende lezer tot geen enkele actie geleid. Maar goed. Een kniesoor die niet blij is met de aangekondige nieuwe analyse.

Wellicht is het dienstig ook nog kennis te nemen van een persoonlijke analyse uit 2009. Als voorzitter van de internationale expertcommissie wiskunde was ik in de gelukkige positie om een diepere inhoudelijk analyse te doen. Dat hield in dat gekeken kon worden naar de prestaties van Nederlandse leerlingen op alle (geheime) opgaven.

De voorspelling dat de prestaties zouden dalen werd ruimschoots waar gemaakt. En zoals we nu bevestigd zien is de voorspelling van 2009 dat ‘we’ verder zouden dalen ook weer overtuigend uitgekomen.

De analyse van 2009 is wel gepresenteerd (op de Nationale Wiskunde Dagen) maar niet gepubliceerd. Maar het is misschien nuttig enkele bevindingen in de vorm van aanbevelingen te formuleren. Scheelt de nieuwe commissie wellicht wat tijd.

-       De dalende trend is zeer zorgelijk: vooral op het VMBO is het niveau van wiskundige geleerdheid treurig en teruglopend

-       Nederlandse leerlingen blijven zwak in formele en abstracte wiskunde

-       Nederlandse leerlingen blijven zwak in probleem oplossen en andere hogere vaardigheden (tegenwoordig is het trendy om deze vaardigheden 21st century skills te noemen.

-       De meisjes hadden in 2006 qua prestatie niveau de jongens ‘te pakken’. Maar in 2009 vielen ze weer terug, met name in de wat complexere opgaven.

-       De resultaten van de mindere presteerders is relatief goed, maar voor de betere leerlingen is dit juist niet het geval.

-       Het alom geroemde Finland is geen haar beter dan Nederland in wiskunde. (Inmiddels is Nederland Finland voorbij).

-       Het onderwijs moet daarom meer authentiek en probleem georiënteerd worden. En met name meer uitdagend.

De lezer ziet dat het probleem vooral geformuleerd is in termen van inhoud en in relatie tot de verwachte prestaties van de leerlingen. Dat dit een kansrijke manier is om tot betere prestaties te komen hebben Duitsland en Polen bewezen. Na de schokkend slechte prestaties uit de beginjaren van PISA (vanaf 2000) heeft men met inhoudelijk projecten (verandering van de aangeboden wiskunde) grote stappen voorwaarts gezet. Met als waarschuwing: na deze stimulatie projecten vielen de resultaten weer wat terug.

Onlangs was er weer positieve aandacht voor Finland wonderland. In dit geval ging het over iets heel alledaags: in de bovenbouw van de middelbare scholen gaat men meer projectonderwijs doen. Opzienbarend?

Kijk ten slotte eens naar de prestatie van Finland in vergelijking met Nederland:

Blauw is Nederland vanaf 2003, oranje is Finland. Minder, minder, minder. En omgerekend scoren de Nederlandse kinderen van 15 jaar minder dan een 6 min. Finland en Nederland moeten zich schamen: de leerlingen wordt ernstig tekort gedaan. Dekker: wakker worden!

 

Jan de Lange

Em. hoogleraar Universiteit Utrecht

Voorzitter Internationale Expertgroep PISA Wiskunde van 1999-2010.

Aleid wil meer toetsen

Aleid Truijens is een columnist van de Volkskrant met het hart op de juiste onderwijsplek. Dat dit geen garantie biedt op een logisch stuk, bewijst ze wel zeer nadrukkelijk in de bijdrage afgelopen zaterdag. De conclusie is dat cijfers minder vaak liegen dan cijfers. Weer een bewijs betreffende immer verder oprukkende verdomming.

Het stuk beoogt aan te geven dat de oprukkende toetscultuur in met name het basisonderwijs eigenlijk iets is waar we heel blij mee moeten zijn. Aleid steunt de dappere inspecteur generaal, mevrouw Roeters, die beslist niet minder toetsen wil. Tja.

Het probleem is niet of er getoetst wordt maar wat er getoetst wordt. Helaas is dit verschil voor beide dames te onbenullig om over te praten. Helaas verliezen de argumenten dan ook iedere basis. Toch wel jammer.

De huidige generatie toetsen, veelal van toetsgigant CITO afkomstig, is van een treurigmakend niveau. Als de Inpectie zich nu ergens zorgen over zou moeten maken is het niet over de kwaliteit van scholen en leerkrachten (dat hebben de ervaringen in de VS inmiddels afdoende bewezen), maar over de inhoud en kwaliteit van de toetsen. Zo simpel is het.

Ach, had Aleid zich hier nu eens om bekommerd! De CITO eindtpoets (leve de multiple choice, lekker makkelijk) die minder voorspellende waarde heeft dan het oordeel van de leerkracht. Het achtste leerjaar maken de kinderen geen enkele vordering meer want er wordt een jaar lang getraind voor de CITO toets (onderzoek).

De CITO toets is armzalig als het om toetsen van belangrijke vaardigheden gaat: probleem oplossen, creatief denken en, zoals Aleid haarscherp aantoont: logisch redeneren.

Ik kom nog wel eens in een lerarenkamer van een basisschool. En de vergelijking met de vorige eeuw levert een heel ander beeld op dan wat Aleid meent te zien: het gaat uistluitend over toetsen, handelingsplannen, leerlingachtervolgsystemen, opbrengstgericht werken, en formulieren invullen. Tja, dan ziet een blik naar de vorige eeuw er wel heel treurig uit:het ging gewoon over kinderen.

Kinderen? Ja, onderwijs en toetsen gaan over kinderen. Het zou leuk zijn als het Ministerie en vooral ook de Inspectie zich dit, al is het maar terloops, zouden realiseren. Of na zouden denken over de signalen dat er meer en meer kinderen in het voor-en vroegschoolsegebied naar een psycholoog meten omdat ze dan toets stress vertonen.

Het is ook wrang om te moeten constateren dat meer en meer toetsen geen eind hebben kunnen maken aan de contnu dalende trend van PISA scores. PISA, inmiddels voor velen de maat der dingen, aangezien het de prestaties voor taal, rekenen en natuurwetenschappen van 15 jarigen in meer dan 60 landen meet.

“Als de toetscores naar beneden gaan, is dat voor ons (inspectie, gesteund door Aleid) een signaal voor ons een signaal om de school te bezoeken”. Tja. Dat kan natuurlijk niet door andere oorzaken komen dan dat de school ‘slecht’ is gewoorden. Och arme! Als we PISA serieus nemen moet de Inspectie alle Nederlandse scholen gaan bezoeken. Maar wellicht is het beter om eens in de spiegel te kijken alvorens zulke uitspraken te doen’.

Aleid’s stuk eindigt met: “Toch liegen cijfers  minder vaak dan mensen”. Maar niet als die cijfers gebaseerd zijn op een door mensen bedachte toets.

(aangeboden aan Volkskrant juli 2014, niet geplaatst)

Handelingsgerichte Nachtmerrie

 

Het verschijnsel zal een ieder wel eens zijn overkomen: in de vroege morgenstond badend in het zweet wakker schrikken uit een nachtmerrie. Even een gevoel van verwarring: het was toch niet echt, he?

De meest recente wil ik graag met jullie delen. Hij begon helemaal niet zo gek, eigenlijk. Dromen die ontaarden in nachtmerries. Sterker nog, vaak begint het met een recente leuke ervaring die nog even als een vage herinnering voorbij komt. In dit geval had ik net een lezing gehouden. Ik keek nog even naar de overwegend vrolijke gezichten: ze hadden net weer prachtvoorbeelden van sprankelende kinderen gezien. Tja, daar ga je van dromen.

In mijn droom zag ik een enthousiaste man die vertelde dat het kind centraal moest staan. Prachtig, Mijn droomgrijns verbreedde zich vast. En we moeten uitgaan van wat het kind kan, niet van wat een kind niet kan. In mijn flarden kwam Sir Wilfred weer langs, die dit in de jaren zestig vast niet als eerste had beweerd. Had toen veel indruk gemaakt.

Maar toen werden de flarden langzaamaan wolken, donkere wolken. Ik raakte in verwarring: om dit te kunnen bereiken moeten we de school als een fabriek gaan runnen. Vooral veel systematiek, veel transparantie en bovenal: formulieren invullen.

Ik bereikte nu de fase in de nachtmerrie die echt verschrikkelijk is: je bent piloot van een vliegtuig dat te pletter slaat, of het blijkt dat je tijdens je pracht presentatie geen broek aan hebt. De paniek slaat toe: je handen proberen de edele delen te beschermen, het zweet barst overal los, iedereen kijkt naar je. Het ergste: iedereen doet net of zij het niet zien.

De bevlogen spreker was nu niet meer te stuiten: schema’s en formulieren vlogen door de zaal. Eén woord zette zich vast in mijn hoofd: handelingsplan. Kinderen werden verdrongen door formulieren, schema’s , verwijzingen, plannen, groepsplannen, onderwijsbehoeften, kindplannen. De nachtmerrie sloeg in alle hevigheid toe. Dit was erger dan de onderbroekloze neerstortende piloot.  Ik zag de leerkrachten en kinderen ten onder gaan waar we bij stonden. De nachtmerrie bereikte haar lugubere dieptepunt.

Ik schrok wakker. Drijfnat. Probeerde me te oriënteren. Lag helemaal niet in bed! Zat in een zaal vol leerkrachten. Allemaal met verkrompen gezichten en de ogen gesloten en de handen voor de oren. Een collectieve nachtmerrie. De spreker wenste ons allen veel succes.

Speelmiddag JOA

Speel & Sprankel op de Speelmiddag voor Ouders en hun Jonge Kinderen van 3-6 jaar:

Ontmoet de mensen achter de JOA.

Speel 2

11 oktober, ‘t Anker, Voorstraat, Katwijk aan Zee. van 2 tot 4 uur in de middag. Gratis.

Knikkeren: klein leed, groot plezier

Zoals wellicht bekend is de pilot van de JongeOuderAcademie in Katwijk een groot succes geworden. Dit komende jaar zijn er maar liefst drie voorzien. En andere steden volgen in rap tempo. Nu het Speel Goed boek er is, lijkt het nog leuker te worden dan bij de pilot.

Bij Speel Goed hoort speelgoed. Ouders en kinderen lekker maken is één ding, je beloften waarmaken weer iets anders. Vraag het Rutte. Wat is een groot probleem? Het talentontlokkende speelgoed is niet makkelijk te krijgen. Dus wordt er hard gewerkt om ouders te helpen op verschillende manieren. Daarbij biedt het web veel mogelijkheden, zeker ook op teleurstelling.

Ooit, in een ver verleden vonden de TalentenKrachters uit Utrecht een mooi knikkerbaantje van vijf euro. Mooi! Wellicht ooit het filmpje van Jaap en de knikkerbaan gezien? Kijken bij talentenkracht.nl. Prachtknul, prachtbaan.

Goed, via het web twee Knikkerbanen gekocht, eentje van 30 euri, eentje van 10 in de uitverkoop. Die van 30 heeft zestig onderdelen, die van 10 maar liefst tachtig. Je eerste reactie: goedkoop hoeft geen duurkoop te zijn, toch?

Ach. De waarheid zie je op en in de doos, thuis. Maar niet op het web (natuurlijk).

De goedkope ‘80’ doos bevat dertig (niet glazen) knikkers, en dertig rechte kokertjes (zie foto). Dus, uit het hoofd: 20 ‘echte knikkerbaan onderdelen.

Schermafbeelding 2013-10-03 om 13.25.42

De dure doos (maar 60 onderdelen) bevat 9 glazen knikkers, en 24 kokertjes. Dus, met kladpapiertje: 27 echte onderdelen. Daar kan dus aanzienlijk meer mee. En lijkt degelijker. Heel klein leed, dat is begrijpelijk. Groot plezier heb je sowieso. Maar wij gaan onze beslissing natuurlijk wel wat serieuzer nemen dan defensie over de JSF.

Die van defensie hadden die knikkerbaan gekocht van 250 euro (ja, die bestaan en nog duurder ook). Echt: het allerbeste voor onze kinderen is ons niet goed genoeg.

Slapende Journalisten & de JSF

De kogel is door de kerk. De JSF komt voor een luttele 35 miljard. Jazeker. Wat Hennis niet vertelde is dat een JSF over zijn verwachte levensduur minstens 1 miljard per stuk gaat kosten. Let wel: als het meezit. Waar zie je dit in de pers?

Joop.nl toont vandaag een samenvatting van een artikel uit Vanity Fair waar werkelijk NIETS nieuws in staat: De JSF is niet eens een echt vliegtuig. Hoe nu? Sprak Hennis vanmiddag  niet de overrtuigende woorden over de F 35: het beste, het nieuwste, het veiligste, veel groeipotentieel. En nog veel meer. We mogen Hennis wel dankbaar zijn.

De regionale pers had 10 dagen geleden, of zo, een opinie-tstuk van Generaal b.d. Dick Berlijn. Daarin maakte hij duidelijk dat mevrouw Hennis een fantastische buikspreker is: volgens Berlijn: de JSF is het beste, het nieuwste, het veilgste, heeft groeipotentieel. Het was een enorm leuterstuk zoals ons nu duidelijk wordt via Vanity Fair. Hoe kan zoiets gebeuren?

Heel simpel: de verdomming in de pers.Natuurlijk prachtig al die ‘Leaks’ die aan het licht komen. Goed zo! Maar de georganiseerde leugengcampagne van Hennis (en souffleur Berlijn) en vooral ook Samson hadden door de pers aan de orde gesteld moeten worden. Maar wat blijkt: Journalisten kiezen steeds weer voor de politieke kant van de zaak. Al vele jaren is bekend dat de JSF nooit wat kan worden doordat de uitgangspunten voor het ontwerp faliekant fout zijn. Dat zegt b.v. de alom gerespecteerde ontwerper van de F-16. Of een blad als de Economist. Maar dit soort waarheidsvinding blijkt in onze nationale pers geen aandacht waard, hoogstens terloops.

Omdat ik door toeval wat meer geïnteresseerd ben dan de gemiddelde journalist heb ik wel eens getracht aandacht in de media omtrent dit inhoudelijk aspect te krijgen. Te laat. tevergeefs.

We krijgen nu,voor slechts 40 miljard, een vet varken dat denkt dat het onzichtbaar is. Was mevrouw Hennis dat maar.

JSF: Verdomming ten top

‘Naar de JSF is niet serieus gekeken’.

 

De JSF: “een vliegtuig dat niet snel weg kan draaien van vijandelijke jagers, niet kan ontsnappen aan raketten, uiterst traag versnelt omdat het zo dik en traag is, en een motor die het allemaal niet aankan. … Wat betreft de problemen: dit is nog maar het begin: alleen de allereenvoudigste tests zijn gedaan, de moeilijke moeten allemaal nog komen…..Omdat het toestel ongelooflijk complex is, is ieder aspect een ‘ongeluk in de maak’, en heel moeilijk te verhelpen. … Het computer systeem is een nachtmerrie en enorm ver achter de ontwikkeling van de rest.”

De ervaren en zeer deskundige vliegtuigbouwer en ontwerper Pierre Sprey (mede ontwerper van de F -16) windt er geen doekjes om: de JSF is niks, en zal nooit wat worden. Deze opinie wordt door velen, en al heel lang, gedeeld. Behalve door de ‘experts’ van de Nederlandse defensie en regering.

Australia heeft snel eieren voor haar geld gekozen: nadat eerder 24 F-18 Super Hornet waren besteld als interim oplossing, heeft zij onlangs nog eens 24 van deze, door onze Defensie niet eens bekeken vliegtuig, besteld. Het blijken uitstekende toestellen te zijn. Maar ja, ze kunnen niet in onze hangaars………

De voortschrijdende verdomming van Nederland krijgt vooral meer reliëf bij Defensie en met name bij de VVD. Andere landen zijn minder geblinddoekt. Australië heeft ontdekt dat Premier Howard stiekem een deal had gesloten met Lockheed omtrent de levering en deelname van het JSF programma. Dat deed Prins Bernard een stuk slimmer. Toch maar een Koninkrijk i.p.v. een republiek?

Canada heeft ook tot een serieuze heroverweging besloten. En gelijk ook erkend dat deelname aan de ontwikkeling van de JSF geen prioriteit meer heeft. Het gebruik en de kosten zullen beslissend zijn. Zoals het hoort.

Denemarken heeft het ook helemaal gehad met de JSF. En terecht. Ook hier ziet men andere, in de praktijk bruikbare toestellen, die hun praktische tests allang achter de rug hebben. De F-18 maakt een goed kans, maar ook de Eurofighter. De Denen realiseren zich dat buurman Duitsland de Eurofighter bouwt, en denken dat daar wel een slaatje uit te slaan valt. Duitsland ligt trouwens ook naast Nederland.

Ach, die defensieministers van Nederland. Of het nu Kamp is, of mevrouw Hennis: ze kletsen maar wat. De JSF is een aftands vliegtuig. Omdat het ‘Stealth’ moet zijn moeten de bommen binnen bewaard worden. Net als in de Tweede Wereld Oorlog. Dat maakt het vliegtuig traag en lomp. En volslagen onwendbaar. En met de garantie , dat mocht het de bommen succesvol hebben afgeworpen, het vrijwel zeker op de terugweg wordt neergeschoten door de enorme kwetsbaarheid van de uitlaatgassen waardoor vijandelijke raketten het toestel niet kunnen missen. En waarom moet het Stealth zijn? Gaan we Rusland aanvallen? Die zijn al ver gevorderd met apparatuur die Stealth weer kan zien. Schiet lekker op zo.

Bij een recente oefening waarbij zowel de JSF meedeed, als wel Eurofighters en Franse Rafales bleek deze kwetsbaarheid van de JSF. De Europese piloten mochten niets zeggen, maar ja……

De prijs is het bewijs. Een beproefde, volledig gemoderniseerde, overal uitgeprobeerde F-18 kost 42 miljoen per stuk. Een schatting van de prijs van het slome, vette varken is meer dan 65 miljoen (pardon, het is in september al 82 miljoen). En in de VS gaat men er nu vanuit dat het vliegtuig inclusief operationele kosten (dat het ook in de lucht komt) op een miljard per toestel komt. De “one billion dollar plane”. Dus bij een bestelling van 40 exemplaren: 40 miljard. Dat heb ik Samson nog niet horen zeggen. Meester oplichter.

Enkele maanden geleden stond er een uitgebreid interview in de Volkskrant met Jeffrey Kohler van de bouwer van de Super Hornet. De kop was:

“Naar onze F-18 is niet serieus gekeken”. Hoe waar ook, de situatie is toch nog iets ernstiger: “Naar de JSF is niet serieus gekeken”. Ook maar niet meer doen.

Met de Taxi van New York naar Pascal

New York is voor bijna alle kinderen een magische stad. De plattegrond alleen al: alle straten staan loodrecht op elkaar:

 

Min of meer ‘verticaal’ zie je je 2e, 3e en 5e Avenue. En horizontaal: 60e, 57e Straat. Even beroemd als dit stratenpatroon is de gele New York Taxi. De chauffeurs kunnen vrijwel nooit langs een rechte lijn van A naar B rijden, maar volgen vaak een zigzag route. Kijk maar eens naar het volgende kaartje:

 

Je staat op het station en moet naar het punt rechtsonder. De kinderen worden uitgedaagd te kijken op hoeveel manieren de taxi van het station naar rechtsonder kan rijden. Eerst een kleine interactieve exploratie helpt dan vaak. B.v.: op hoeveel manieren kan ik bij die ‘4’ komen? “Hé!” is de gebruikelijke reactie “Op vier manieren!”. Toeval, die 4 daar?  Nu hoef je niets meer te zeggen: ze duiken op het probleem om hun vermoedens te kunnen bevestigen. En ja, je kunt op 20 manieren van het Station naar rechtsonder! Het eerste ‘wonder’.

 

Vervolgens kijken we gezamenlijk even naar de linker bovenkant van dit vierkant. Zo ongeveer:

En dat gaan we dan draaien over zo’n 45 graden. Dan wordt het plaatjes dus ongeveer zo:

Nu gaat er voor de leerlingen een geheel nieuwe wereld open. De taxi wordt even vergeten want hier zien we weer heel mooie structuren. Zonder veel aanmoedigingen rolt de ene na de andere suggestie door de klas.

“Langs de randen heb je alleen enen”, “Binnen de rand zie je gewoon de getallen” volgt al heel snel. Bedoeld wordt hier: 1, 2, 3, 4, ……En ook al weten ze niet welke namen de volgende getallen reeks heeft, ze zien ze wel: 1, 3, 6, …..(de driehoeksgetallen). Maar zoveel zinnen, zoveel ideeën:” ik weet al hoe het werkt: die 10 is de som van de 4 en de 6 er vlak boven!”.

De suggestie om b.v. de even-getallen hokjes te kleuren wordt al snel opgevolgd. En de opmerkingen zijn weer niet van de lucht. Ja, die meneer Pascal heeft heel wat op zijn geweten, ook voor die aardige kinderen van 6 jaar oud. Maar ook wordt er aan de onderkant verfent verder gebouwd: de ene na de andere rij wordt aan de onderkant bijgetekend: en met heel verschillende strategieën. Weer een nieuw wonder!

 

De volgende les begint bij het verzamelen van de onderzoeksresultaten die de kinderen thuis weer hebben ontdekt. Maar dan neemt Meester Jan de draad weer op; we gaan op weer een andere manier naar Pascal kijken. Op zoek naar weer een wonder.

 

Zorgvuldig trekken alle leerlingen eenzelfde lijn, en later enkele meer. Ze tellen de getallen op die lijn bij elkaar op.Het resultaat:

 

Een jongen die al drie jaar bij Meester Jan de lessen volgt raakt plotselinge geheel van streek. Ze armen gaan omhoog. ‘Dat is, dat is, dat is…. Die Nautilus… Fibonacci!”. (Zie helemaal onderaan een verslag van die les). De kinderen die de “Nautilus activiteit” niet hebben gedaan willen wel eens wat meer weten. Dus op uitdrukkelijk verzoek wordt de Nautilus er weer bij gehaald. En de vermenigvuldiging van konijnen: dit was tenslotte het model waaraan Fibonacci zijn faam heeft te danken. Althans, zeker voor deze kinderen:

 

Ja, hoor, daar staan ze: aan de rechterkant staan: 1, 1, 2, 3, 5, ,……. Net als boven bij de driehoek van Pascal! Drie wiskunde wonderen in zo’n korte tijd. Ach, wat een prachtvak is de wiskunde toch. Pardon: wat een pracht kinderen zitten er toch op onze scholen!

JOA Katwijk ‘uitverkocht’ !

De eerste pilot van de JOA die 11 maart 2013 in Katwijk begint is geheel volgeboekt. De verwachtingen zijn hiermee meer dan overtroffen. Een verslag met foto’s vind je op de website: jongeouderacademie.nl

Coriolisstroop

Na het mooie ervaringen met hoogtekaarten zou nu de stap naar de veel abstractere weerkaarten moeten gaan gebeuren. Eerst een korte terugblik om te kijken of er nog wat was blijven hangen van de hoogtekaarten. Nou dat zat wel goed. Verbazend goed eigenlijk. Dus gezwind naar de weerkaarten. Eerst maar eens de kaart van gisteren (11 december 2012)tevoorschijn getoverd, met dank aan de prachtige website van de Belg Ruben Weytens  (http://www.rubenweytjens.be/waarnemingen.html).

Zo ziet deze eruit:

Uiteraard gaat de discussie nu over het weer van gisteren: ja, er was niet veel wind, dat klopte wel. Veel uitleg was volstrekt overbodig: dat zie je toch zo: Bij Nederland liggen de hoogtelijnen immers niet zo dicht bij elkaar. Ne voor een flinke wind moest je ‘daar’ zijn: de weerman van dienst wees geheel correct naar de Riviera. Stevig briesje daar. Na nog een weerkaartje wordt ook de naam van de hoogtelijnen genoemd: isobaren.

Langzaam gaan we naar het volgende achterliggende concept: hoe gaat de wind nu eigenlijk van hoog naar laag. Eerst een schetskaartje van een Franse meteoroloog:

Een  vrouwelijk evenknie uit de groep legt even uit wat we nu eigenlijk zien. Een kaartje met isobaren. En ook pijltjes die van hoog naar laag gaan; loodrecht op de isobaren. Logisch, want zo zou een knikker naar beneden rollen. Maar er is iets bijzonders met die pijltjes: hoe dichter die isobaren bij elkaar liggen, hoe langer het pijltje. Dat zagen ‘best wel’ veel kinderen al heel snel zelf. Dat komt vooral door de korte pijltjes bij B  en  E: de hoogtelijnen liggen daar ook wel ver van elkaar.

Tja: die pijltjes geven eigenlijk de ‘gradiënt’  aan: de helling aldaar. De interesse van de kinderen verflauwd voor geen moment. Juist het authentieke karakter van het schetsje lijkt goed uit te pakken. Zijn ze klaar voor de grote verwarring?

 

De vorige les hadden we aan het eind een stukje video getoond van de watersnoodramp van 1 Februari 1953,. Nu komt de weerkaart van die dag op het scherm:

Je ‘ziet’ de storm als het ware voor je eigen gen: de isobaren liggen verschrikkelijk dicht bij elkaar boven de Noordzee. Hoe kan dat nou?

Urenlang had ik geëxperimenteerd. Thuis, met een mooie grote wereldbol. Het idee: als ik een wat dikkere vloeistof vanaf de pool naar beneden liet stromen, terwijl de bol de goed richting opdraaide dan, wellicht,………… Leuk idee. Limonade was te waterig. Olijolie was ook geen succes. Ah!  Fietsketting olie? Iets beter, maar dat ging hem ook niet worden. Ik keek nog eens vorsend in de keukenkastjes. Pannenkoekensiroop? Ja! Het kan werken, maar dan moet alles meezitten zeg ik bij voorbaat. In de engroep ging het geweldig, in de andere wat stroperiger. Maar overtuigend: Ja:

De stroop, pardon de wind wijkt sterk af naar rechts, en zelfs zover dat de wind bijna evenwijdig gaat lopen aan de isobaren.

De wind draait naar rechts weg vanuit het Hogedrukgebied en draait vervolgens ook zo het Lagedrukgebied binnen. En dat komt door de Corioliskracht, veroorzaakt door het draaien der aarde. De stroop was het bewijs.